Zuidwest

We draaien rondjes
om elkaar heen
totdat we er duizelig
van worden

En als we stoppen
hoop ik niet dat
jij naar noordoost loopt
en ik naar zuidwest

Mij hoor je niet klagen

Lucy Lambriex (@ziebinnenzijde) gaat deze maand niet klagen. Of eigenlijk: ze gaat bewust op de momenten letten waarop ze had willen klagen. Een stukje zelfonderzoek noemt ze het, zoals ze in haar blog schrijft. Ze werd geïnspireerd door het artikel van de yogalerares Susan McFadzean die ondertussen al 32 dagen niet meer klaagt. Susan lijkt herboren te zijn. Susan ziet zoals te verwachten was niet alleen maar de schoonheid van het leven, maar ze is nu ook bewust geworden van haar angsten.

En ik doe mee. Ook ik ga niet klagen. Vanaf vandaag.

Gordon

Vanmiddag moest ik denken aan zo’n mentale-doorzaag-cursus van Schouten & Nelissen die ik ooit op tijdens m’n vorige werk volgde. Naast de vakinhoudelijke cursussen verwende mijn werkgever me ook met, zoals ik ze noem, managerscursussen. Cursussen over beïnvloedingsvaardigheden, leiding geven en de ultieme mentale-doorzaag-cursus: Versterken van persoonlijke kracht. En ja, wat zat ik toen in m’n kracht. Ik weet nog dat de docente mij vroeg aan wie ik echt een hekel had. Ik sprak mijn antwoord sneller uit dan zij haar vraag had gesteld: Gordon! En geloof me, Gordon was toen nog mild (oeps, klaag ik nu?)

Geheel onverwacht stelde zij voor: “Doe dan maar eens Gordon na!”. Ik wilde dat ik iemand anders had genoemd. Niet de Koning van de Foute Lachjes en Misplaatste Grappen (geloof me, ik klaag niet; dit is illustratief bedoeld). Maar ik moest wel. De rest van de groep keek me aan met een nou-kom-maar-op-uitdrukking in hun ogen. Waarschijnlijk ook met een vleugje haha-sucker!-gevoel erin. De docente keek me aan alsof ze me wilde zeggen: “Je gaat me nu toch niet teleurstellen, hè?”. Tenminste, zo voelde ik dat.

En wat deed ik goed Gordon na. Ik trok een blik foute grappen open; ik lachte veel te hard om dingen die totaal niet grappig waren; ik probeerde m’n arrogantie naar DEFCON-1 te verhogen. En wat voelde ik me goed. En ik snapte het. Waar ik over klaagde was ook datgene dat ik miste. Ik was me bewust geworden van een “angst”. Net zoals bij Susan.

Dus doe ik mee. Ook ik ga niet klagen. Vanaf vandaag.

Mij hoor je niet klagen

Maar ik ga niet alles wat me overkomt accepteren. Ik hoor mensen wel ‘ns zeggen: “Mij hoor je niet klagen”. Terwijl ik dan naar hun gezicht kijk, denk ik: “Maar je zou wel willen, hè?”. Opkroppen dus. Dat is niet het doel van dit experiment. Ik heb ondertussen geleerd dat emoties eruit moeten. Dit experiment gaat niet over emoties gepast onderdrukken om maar elk klaaggedrag te ontlopen. Ik zal vast iemand aanspreken, misschien er zelfs boos op worden of als ik er niks aan kan veranderen: accepteren. Net zoals ik een regenbui al accepteer; zonder regen had ik nooit geleefd.

En daarom doe ik mee. Ook ik ga niet klagen. Vanaf vandaag.

Schrokop

Mijn klok is een veelvraat
hij kauwt op seconden
verslindt minuten
verslikt zich in uren
 
De schrokop van tijd
een bakje uren, grote portie graag
met een flinke klodder minuten
en extra uitjes
 
Maar soms, heel soms
is mijn klok een fijnproever
 
De fijnproever van tijd
waarin elk kwartier weer anders smaakt
hapje voor hapje
weer beter dan de vorige
 
De smaakexplosie van de nacht
met het overvloed aan zoete minuten
proef de nacht
want er is geen haast
 
Een goed glas tijd
met een prima afdronk
van guitige seconden
en gretige minuten
 
Maandagochtend
gaat ‘t weer fout
mijn ogen, maar vijf minuten dicht
en hij heeft weer een uur opgeslokt

Comfort zone

Terwijl ik
fte’s alloceerde
trendbreuken controleerde
vond je Luna jouw teamplayer
 
Toen ik
taken transformeerde
commitment constateerde
had je quality time achter het vensterraam
 
Wanneer ik
richtlijnen implementeerde
beslissingen reflecteerde
gaf je kopjes aan jouw stakeholders
 
Omdat ik
comfort zones faciliteerde
comfort zones
hoe ervaar jij dat eigenlijk?
 
Ik wilde je
contacteren
maar je oogjes keken verschrikt
en je pootjes renden weg

Niks

Hier is niks
behalve dat ene bankje
tussen de berken
de zeeën van weilanden
die verdrinken in de dauw
het contrast van takken
tegen de blauwe horizon

 

Hier gebeurt niks
behalve het grazen van
de wollige schapen
de schaapachtige wolken
die meeliften in de lucht
en voorbij trekken
door de westenwind

 

Hier hoor je niks
behalve het geluid van
de eindeloze stilte
het zachte gekeuvel
van de koeiendames
en die ene Groninger
die me onverstaanbaar groet

Piep

Het valt me op dat alles om me heen piept.

De vrachtwagen die achteruit rijdt: pieeep, pieeep, pieeep.
De kookwekker die af gaat: piep-piep-piep-piep, piep-piep-piep-piep.
Als ik m’n pincode typ: piep-piep, piep, piep.

Hoe zou het zijn als ze tegen me zouden praten?

De vrachtwagen: pas op, pas op, pas op.
De kookwekker: klaar, klaar, klaar.
Drie, zes, negen, vier!
Nee, de pinautomaat mag blijven piepen.

Fiets

Ik heb m’n hand op de klink. Mijn rug is recht. Met een diepe adem open ik deur naar de woonkamer. Daar zit Sylvia, mijn vrouw, in de antieke stoel die we zes jaar geleden op een rommelmarkt kochten. Zoals ik al verwachtte leest ze weer haar favoriete boek, zo’n best seller met honderden pagina’s waar maar geen eind aan lijkt te komen. Zit je daar lekker in je veilige stoeltje met je flut-romannetje. Ik loop gewoon stug door, zelfverzekerd, met ferme passen want ik heb geen zin om je aan te kijken. Haar ogen komen heel even boven het boek uit als ik net langs haar loop. Voor een fractie van een seconde kijken we elkaar aan. Lang genoeg voor haar denk ik, want haar ogen slaan weer snel neer.

 

Ik zie dat het raam in de woonkamer open staat en de opengeschoven gordijnen ritmisch dansen op de warme zomerwind die naar binnen waait. Ik heb al zo vaak voor dit raam gestaan. Waarom weet ik eigenlijk niet. Het uitzicht ken ik ondertussen wel: die overbuurvrouw die altijd haar was buiten hangt; deze keer hangt er een dekbedovertrek. En die man schuin rechts daaronder die steevast elke middag zijn plant buiten op het balkon in de zon zet. Misschien hou ik wel van die voorspelbare dingen.

 

Ik grijp met m’n hand naar het pakje sigaretten in m’n achterzak. M’n handen trillen als ik de sigaret aansteek. “Was het leuk gisteravond met je vriendinnen?” en ik kijk even achterom naar haar. “Ja, was leuk. Prima”, zegt ze en ik zie haar ogen weer snel afdwalen naar haar boek. “Je was toch met die eh… Mirjam naar die kroeg gegaan, toch?” “Ja, klopt. The ugly Duck“, bevestigt ze kort. “Met de fiets?” “Ja!”. Ik voel een rilling over m’n rug lopen. M’n benen trillen. “Oh okee, ik zag je fiets niet staan. Ik liep er toevallig langs gisteren. Heb er vast overheen gekeken.” Ik heb de zin nog nauwelijks uitgesproken en ik zie dat Sylvia haar boek op haar schoot legt en me recht in m’n ogen aankijkt. Het zijn maar een paar seconden, maar het lijkt wel minutenlang te duren. Sylvia’s lippen bewegen, maar er komt geen geluid uit. “Eh… we zijn nog ergens anders geweest en hebben toen de fietsen meegenomen.” M’n stem slaat een beetje over als ik haar vraag waar ze geweest waren. “De dinges, de eh… die kroeg daar verderop.”, verklaart ze. Ik zie een traan over haar rechterwang lopen. “Oh, dan heb ik me vergi…”. Ik kan m’n zin niet meer afmaken. “Hou op!”, schreeuwt ze. Haar ogen vullen zich met tranen. Ze smijt haar boek op de grond en rent de woonkamer uit.